In box 3 van de inkomstenbelasting wordt belasting geheven over uw vermogen op basis van een forfaitair rendement — niet over wat u werkelijk verdient. Spaargeld wordt doorgaans lager belast dan beleggingen. Dit verschil biedt ruimte voor strategische vermogensplanning, maar ook voor constructies die de Belastingdienst kritisch bekijkt.
Hoe werkt belastingheffing in box 3?
De Belastingdienst stelt uw box 3-vermogen vast op de peildatum van 1 januari. Uw bezittingen en schulden worden onderverdeeld in categorieën met elk een eigen forfaitair rendement. In 2024 waren de percentages:
- Spaargeld: forfaitair rendement 1,44%
- Overige bezittingen (beleggingen, vastgoed): forfaitair rendement 5,88%
Over dit berekende fictieve rendement betaalt u 36% belasting (2024). Dit betekent: wie veel beleggingen aanhoudt, betaalt meer belasting dan wie hetzelfde bedrag op een spaarrekening heeft staan — ongeacht het werkelijke rendement.
Peildatum-arbitrage: schuiven rond 1 januari
Peildatum-arbitrage verwijst naar het tijdelijk aanpassen van de samenstelling van uw vermogen vóór 1 januari, zodat u op de peildatum minder zwaar belast vermogen aanhoudt. Het doel is niet de omvang van het vermogen te verbergen, maar de samenstelling zodanig te optimaliseren dat het forfaitaire rendement lager uitvalt.
Voorbeeld
Stel: u heeft €500.000 spaargeld en €200.000 aan beleggingen. Op 30 december verkoopt u de beleggingen en zet de opbrengst tijdelijk op een betaalrekening. Op 2 januari koopt u dezelfde beleggingen terug.
- Op 1 januari: uw vermogen bestaat volledig uit spaargeld → lager forfaitair rendement
- Fiscaal voordeel: u betaalt belasting over 1,44% in plaats van 5,88% over de €200.000 beleggingen
De Belastingdienst is bekend met deze constructie en beoordeelt per geval of er sprake is van misbruik van recht (fraus legis).
Box-hoppen: vermogen tijdelijk naar een andere box
Een verdergaande variant is box-hoppen: vermogen tijdelijk verplaatsen van box 3 naar box 1 of box 2, zodat het op de peildatum niet in box 3 valt.
Voorbeeld: lening aan eigen BV
Een directeur-grootaandeelhouder (DGA) leent in december €300.000 privévermogen uit aan zijn BV. Omdat de lening onder de terbeschikkingstellingsregeling valt, wordt dit belast in box 1 — en staat het niet in box 3 op de peildatum. In februari lost de BV de lening terug. Het voordeel: €300.000 is tijdelijk buiten de box 3-grondslag gehouden.
De Belastingdienst kan deze constructie bestempelen als kunstmatig en corrigeren, zeker als de lening puur fiscaal gemotiveerd is en geen zakelijke grond heeft.
Risico's van box 3-arbitrage
- Fraus legis: de Belastingdienst kan een transactie terugdraaien als deze in strijd is met de bedoeling van de wet
- Naheffingen en rente: bij correctie volgt een naheffing plus heffingsrente
- Transactiekosten: aan- en verkoopkosten van beleggingen kunnen het fiscale voordeel deels tenietdoen
- Regelgeving: het box 3-stelsel staat continu ter discussie; meerdere meetmomenten of heffing over werkelijk rendement liggen politiek op tafel
Wilt u uw box 3-positie optimaliseren? Laat u adviseren door een belastingadviseur die de meest recente jurisprudentie en wetgeving kent.
Veelgestelde vragen
Wat is de peildatum in box 3?
De peildatum is 1 januari. Op die dag stelt de Belastingdienst uw box 3-vermogen vast. Bezittingen en schulden die u op die dag aanhoudt, bepalen uw belastinggrondslag voor het hele jaar.
Is peildatum-arbitrage legaal?
Peildatum-arbitrage is niet per definitie illegaal, maar de Belastingdienst kan constructies bestempelen als misbruik van recht (fraus legis) als ze puur fiscaal gemotiveerd zijn zonder economische substantie. Het is een grijs gebied — raadpleeg een belastingadviseur.
Wat is het heffingsvrij vermogen in box 3?
In 2024 bedraagt het heffingsvrij vermogen €57.000 per persoon (€114.000 voor fiscale partners). Over vermogen onder deze grens betaalt u geen box 3-belasting.
Gaat het box 3-stelsel veranderen?
Het box 3-stelsel staat al jaren ter discussie. Na diverse rechterlijke uitspraken onderzoekt de overheid overgang naar heffing over werkelijk rendement. Wanneer en hoe dit wordt ingevoerd is nog onzeker — volg de actualiteit via de Belastingdienst of uw belastingadviseur.