Box 3-plan: belegger met 100.000 euro in fondsen of obligaties betaalt in 2027 ruim het dubbele

Box 3-plan: belegger met 100.000 euro in fondsen of obligaties betaalt in 2027 ruim het dubbele

Kabinet wil forfait voor overige bezittingen met 1,5 procentpunt verhogen en vrijstelling terugbrengen naar € 30.846; tegenbewijs loont bij € 100.000 pas onder 5,44% werkelijk rendement

Een alleenstaande belegger met € 100.000 in participaties van een niet-beursgenoteerd vastgoedfonds of in obligaties van een aanbieder betaalt over 2027 € 1.959,27 aan box 3-belasting als de voorstellen van het kabinet doorgaan. Zonder die voorstellen zou dat € 915,03 zijn. Dat blijkt uit een berekening van Ynvest.Finance op basis van de Kamerbrief die minister-president Jetten, minister van Financiën Heinen en staatssecretaris Eerenberg op 29 september naar de Tweede Kamer stuurden.

Het kabinet wil in 2027 het forfait voor overige bezittingen met 1,5 procentpunt verhogen en het heffingvrij vermogen terugbrengen naar € 30.846 per persoon, het niveau van 2020. De categorie overige bezittingen bestaat volgens het kabinet zelf "voornamelijk uit onroerende zaken, aandelen en obligaties".

Wat het voorstel kost

De brief noemt geen eindpercentage. Fiscalist Cor Overduin berekende in januari het basisforfait voor 2027 op 6,37%; een officiële publicatie van dat percentage is er nog niet. Met de verhoging erbij komt het forfait op 7,87%, een optelling waarmee onder meer Vastgoedinsider rekent. Het kabinet rekent voor 2027 op € 473 miljoen uit de forfaitverhoging en € 396 miljoen uit de lagere vrijstelling.

Bij € 100.000 en het tarief van 36% komt het grootste deel van de extra heffing uit de lagere vrijstelling. Alleen de forfaitverhoging, met de vrijstelling van € 60.098 die zonder de voorstellen zou gelden, brengt de belasting op € 1.130,50: € 215,47 meer. Pas met de lagere vrijstelling wordt het € 1.959,27.

Bij € 50.000 is het verschil groter in verhouding. Een alleenstaande betaalt daarover in 2026 en in 2027 zonder de voorstellen niets. Volgens het voorstel wordt dat € 542,67. Fiscale partners met samen € 50.000 blijven onder hun gezamenlijke vrijstelling van € 61.692 en betalen ook dan niets.

Wanneer tegenbewijs loont

Wie minder verdient dan het forfait, kan sinds 1 juli 2025 met het formulier Opgaaf werkelijk rendement alleen het werkelijke rendement laten belasten. Daarbij geldt echter geen heffingvrij vermogen. Volgens het voorstel loont het tegenbewijs bij € 100.000 daardoor pas onder een werkelijk rendement van € 5.442, oftewel 5,44% van het vermogen. Bij € 50.000 ligt die grens op € 1.507, of 3,01%.

Met hypothetische rendementen: bij € 100.000 en een werkelijk rendement van 5% is de belasting € 1.800, € 159 minder dan forfaitair. Bij 6% is het forfait gunstiger. In het werkelijk rendement tellen uitkeringen mee, maar ook ongerealiseerde waardeveranderingen. Een waardedaling van een participatie verlaagt het rendement dus, ook zonder verkoop. Beheer- en fondskosten zijn niet aftrekbaar.

Nog geen wetstekst

Het voorstel staat nog niet in een wet. Het Belastingplan 2027, ingediend op 15 september, bevat geen wijziging van box 3. Op 5 oktober lag bij de Tweede Kamer nog geen nota van wijziging of novelle. JA21 vroeg in het verslag van 1 oktober langs welke route de maatregelen worden verwerkt.

Een jaar eerder strandde een vergelijkbaar plan. Het kabinet wilde het forfait voor 2026 met 1,78 procentpunt verhogen tot 7,78% en de vrijstelling verlagen naar € 51.396. Het amendement-Grinwis schrapte beide, onder meer vanwege het uitponden van private huurwoningen.

Minister Heinen zei tijdens de Algemene Financiële Beschouwingen open te staan voor een andere ondergrens om kleine spaarders en beleggers te ontzien. Volgens De Belegger gaat die toezegging over het heffingsvrij resultaat vanaf 2028 en zei hij niets over de vrijstelling of het forfait voor 2027.

Discussieer mee op het forum

Deel je ervaringen en inzichten met andere beleggers.

Open discussie op het forum →