Skip to content

Box 3: Peildatum-arbitrage en box-arbitrage uitgelegd

In box 3 van de inkomstenbelasting wordt belasting geheven over uw vermogen op basis van een forfaitair rendement. Dit rendement verschilt per type vermogen: spaargeld wordt doorgaans lager belast dan andere bezittingen, zoals aandelen of vastgoed. Dit systeem biedt mogelijkheden voor belastingplanning, maar ook ruimte voor strategische verplaatsing van vermogen, zoals peildatum-arbitrage en box-arbitrage. Om belastingontwijking te voorkomen, zijn er antimisbruikregelingen geïntroduceerd. In dit artikel leest u hoe deze regelingen werken, inclusief voorbeelden en aandachtspunten.

Hoe werkt belastingheffing in box 3 ook alweer?

De Belastingdienst bepaalt uw box 3-belasting op basis van uw vermogen op de peildatum van 1 januari. Bezittingen en schulden worden vastgesteld en onderverdeeld in categorieën met verschillende forfaitaire rendementen. Bijvoorbeeld:

  • Spaargeld: Forfaitair rendement in 2024: 1,44%
  • Overige bezittingen (zoals beleggingen): Forfaitair rendement in 2024: 5,88%

Een strategische verschuiving van vermogen rond de peildatum kan daarom leiden tot belastingbesparing. De Belastingdienst houdt echter toezicht via twee antimisbruikregelingen: peildatum-arbitrage en box-arbitrage.

 

Uitgelichte aanbieders*

Peildatum-arbitrage: “Strategisch” schuiven rond 1 januari

Peildatum-arbitrage verwijst naar het tijdelijk omzetten van vermogen rond de peildatum om te profiteren van lagere belastingheffing. Het draait steeds om het tijdelijk aanpassen van de samenstelling of omvang van je vermogen om zo minder belasting te betalen in box 3. Het gaat vaak niet om een duurzame wijziging, maar om een verschuiving waardoor kan het lijken alsof er minder vermogen aanwezig is, waardoor de belastingdruk lager uitvalt.

Hoe werkt peildatum arbitrage in de praktijk?

Peildatum arbitrage is een specifieke vorm van box 3 arbitrage. De waarde van je vermogen op 1 januari is de basis voor de belasting in box 3 over het hele jaar. Wie rond dat moment tijdelijk vermogen verplaatst of aflost, kan de belastinggrondslag verlagen.

Voorbeeld peildatum arbitrage (beleggingen):
Stel: iemand heeft € 500.000 spaargeld en € 200.000 aan beleggingen. Op 30 december verkoopt hij de effectenportefeuille van € 200.000 en zet de opbrengst op een betaalrekening. Op 2 januari koopt hij exact dezelfde beleggingen weer terug.

  • Situatie vóór: vermogen in box 3 = € 700.000, waarvan € 200.000 beleggingen.

  • Situatie op 1 januari: vermogen in box 3 = € 700.000, maar volledig in spaargeld. Door de forfaitaire rendementsberekening kan dit gunstiger zijn.

  • Situatie ná: opnieuw € 500.000 spaargeld + € 200.000 beleggingen.

Het voordeel ontstaat doordat spaargeld in de rekenmethode van box 3 lager wordt belast dan beleggingen.

Wat is box-hoppen?

Een variant op peildatum arbitrage is box-hoppen. Hierbij wordt vermogen tijdelijk van box 3 naar een andere box verplaatst, bijvoorbeeld naar box 1 via de terbeschikkingstellingsregeling of naar box 2 door een dividenduitkering.

Voorbeeld box-hoppen (lening aan eigen BV):
Een directeur-grootaandeelhouder (DGA) bezit 100% van de aandelen in zijn BV. In december leent hij € 300.000 privévermogen uit aan zijn BV.

  • Gevolg: deze lening valt onder de terbeschikkingstellingsregeling en wordt daardoor belast in box 1.

  • Peildatum 1 januari: het bedrag staat niet meer in box 3, waardoor het box 3-vermogen € 300.000 lager lijkt.

  • In februari lost de BV de lening terug, en komt het vermogen weer privé beschikbaar.

Het doel is om vermogen tijdelijk buiten box 3 te houden. Het risico is dat de Belastingdienst dit als kunstmatig bestempelt en corrigeert, zeker als de lening puur fiscaal gemotiveerd is.

Waarom is peildatum arbitrage zo omstreden?

De Belastingdienst ziet peildatum arbitrage vaak als kunstmatig en in strijd met de bedoeling van de wet. In sommige gevallen kan sprake zijn van fraus legis (misbruik van recht). Dat betekent dat een transactie fiscaal kan worden teruggedraaid, ook al is die op zichzelf niet verboden.

Daarnaast spelen praktische bezwaren: banken en vermogensbeheerders signaleren ongebruikelijke transacties, en er bestaat reputatierisico voor wie zulke constructies toepast. Bovendien kan de politiek besluiten maatregelen te nemen, bijvoorbeeld door meerdere meetmomenten in te voeren of de belasting te baseren op werkelijk rendement.

Welke risico’s loop je met box 3 arbitrage?

Het belangrijkste risico is dat de Belastingdienst de constructie corrigeert. Dat kan leiden tot naheffingen, heffingsrente en eventueel boetes. Ook kunnen de kosten van transacties (zoals verkoop- en aankoopkosten van beleggingen) het fiscale voordeel deels of geheel tenietdoen.

Een ander risico is dat de spelregels in de toekomst veranderen. Als meerdere peildata worden ingevoerd of het systeem overstapt naar werkelijk rendement, kan arbitrage veel minder effectief worden.

Antimisbruikregeling: driemaands- en zesmaandsperiode

De wet kent specifieke antimisbruikregels om arbitrage tegen te gaan. Twee bekende bepalingen zijn:

  • Driemaandsperiode: een schuld die vlak vóór de peildatum wordt aangegaan en binnen drie maanden daarna weer wordt afgelost, wordt voor box 3 fiscaal genegeerd. Hetzelfde geldt voor vermogen dat tijdelijk wordt gestort en weer snel wordt teruggeboekt.

  • Zesmaandsperiode: bij bepaalde situaties met eigenwoningschulden kan de Belastingdienst transacties die binnen zes maanden voor en na de peildatum plaatsvinden, aanmerken als kunstmatig.

Deze regels zijn bedoeld om te voorkomen dat belastingplichtigen kort voor de jaarwisseling transacties doen die uitsluitend zijn ingegeven door fiscale motieven.

Welke alternatieven zijn er om box 3 belastingdruk te verlagen?

Wie zijn box 3-heffing op een legitieme manier wil beperken, heeft verschillende opties:

  • Groenfondsen: bieden een gedeeltelijke vrijstelling en extra heffingskorting.

  • Schenken en estate planning: vermogen overhevelen naar de volgende generatie kan de belastingdruk verlagen.

  • Fiscale partners: slim verdelen van vermogen en schulden over partners kan een voordeel opleveren.

  • Beleggen via een BV (box 2): in sommige situaties is dit fiscaal aantrekkelijker, afhankelijk van omvang en rendement.

Deze alternatieven vereisen altijd een zorgvuldige afweging en advies op maat. De antimisbruikregelingen in box 3 maken duidelijk dat ‘strategisch’ schuiven met vermogen niet zonder risico is. Zowel peildatum-arbitrage als box-arbitrage worden streng gecontroleerd door de Belastingdienst, met correcties en eventuele boetes als gevolg.

Waar moet u op letten bij niet-beursgenoteerde beleggingen?

Back To Top